Lanzarote is ruig, warm, wonderschoon en zit vol verrassingen. Denk: zwarte lavavelden, felgroene wijnstokken, marktkraampjes met geitenkaas en chorizo, en een blauwe lucht die je elke ochtend weer begroet. Geen wonder dat we meteen verliefd waren. In dit artikel nemen we je mee langs onze favoriete plekken, hikes, wijnen en… een yurt met badkuip.
De zonnige auto die álles aankan
Op het vliegveld stond onze auto al klaar. Geen gedoe, gewoon sleutel ophalen en gáán, via Sunny Cars. Onze chique witte Fiat500 bleek perfect voor het eiland: compact genoeg voor smalle dorpsweggetjes, maar ook verrassend stoer op de hobbelige vulkaanpaden. En het fijne? Alles is inclusief verzekerd, dus je rijdt zonder stress over steenwegen of lavazand. Ideaal, zeker als je zoals wij graag naar het beginpunt van een hike rijdt zonder bang te zijn voor een krasje meer of minder.
Hiken op de rand van een vulkaan
Onze absolute favoriet? De Caldera Blanca hike. Deze 9,5 tot 10 km lange rondwandeling brengt je naar de grootste vulkaankrater van het eiland. De klim is niet per se technisch, maar wél indrukwekkend zeker als je, zoals wij, de route met de klok mee loopt (onze tip). Aan de rechterkant is de helling wat steiler, dus zo pak je ‘m het makkelijkst.
Eenmaal boven (450 meter hoog) kijk je ín de krater. Alsof je de aarde in kunt stappen. Om je heen strekken de zwarte lavavelden van Timanfaya zich uit tot aan de horizon.
Fun fact: alle bergen op Lanzarote zijn vulkanen.
Wijn met lava-karakter
Naast vulkanen staat Lanzarote ook bekend om z’n wijn. En niet zomaar wijn: veel boeren maken hier natuurwijn, en dat proef je. Wat het extra bijzonder maakt, is hoe ze hier druiven verbouwen. Door het droge klimaat en de straffe wind groeien de wijnstokken los van elkaar in kuilen, om het beetje regen dat valt vast te houden en de planten tegen de wind te beschermen. Omdat het gebied beschermd is, mag er niet met machines gewerkt worden. Alles gebeurt dus met de hand. En dát proef je ook.
Langs één hoofdweg vind je wijnboer na wijnboer, elk met hun eigen stijl, verhaal en proeverij.
Tussen de ezels, eieren en eco vibes
We verbleven in een eco-yurt, en geloof ons: kamperen was nog nooit zó luxe. Ruim, sfeervol ingericht, met een buitenkeukentje én badkamer met bad. Op het terrein zelf vind je een zwembad, speeltuin, mini-supermarktje en zelfs een boerderijtje. Onze ochtenden begonnen met het verzamelen van verse eieren bij de kippen (als je durft, tenminste), en eindigden op het strand aan de overkant met een surfboard onder de arm, geleend van de accommodatie.
Wat deze plek zo fijn maakte, was de rust én het gemak. Je hebt alle ruimte, je bent midden in de natuur, maar je hoeft nergens voor te haasten. We verbleven er maar een paar nachten, maar hadden met gemak twee weken kunnen blijven.
En verder?
Overal op het eiland vind je lokale markten met geitenkaas, verse empanada’s en honingwijn. Er zijn openluchtmusea zoals de Fundación César Manrique (aanrader voor wie van kunst en architectuur houdt), en gezellige kustplaatsjes met terrasjes die perfect zijn voor een late lunch.
Van lavavelden tot natuurwijn, en van hikes tot kippenhokken, dit lijkt wel het nieuwe Ibiza maar dan met vulkanen en nog meer om te ontdekken.









